GroenLinks en de Werkgroep Midden-Oosten: Gelijk hebben of gelijk krijgen

Tijdens de bloedige Israëlische aanval op Gaza rond de jaarwisseling, ontstond er een discussie tussen de partijtop en de Werkgroep Midden-Oosten over de opstelling van GroenLinks, waarover ook in het Magazine is geschreven. Dit was reden voor het bestuur en de werkgroep om op 30 maart een publieksbijeenkomst te organiseren over de positie van GroenLinks in het politieke debat over Israël en de Palestijnse Bezette Gebieden. Ruim dertig mensen togen op maandagavond 30 maart naar het partijbureau om het debat tussen Tweede Kamerlid Mariko Peters en Midden-Oosten deskundige Robert Soeterik bij te wonen. Halverwege het, soms heftige, debat formuleerde een toehoorder het dilemma van de partij als volgt: “In hoeverre wil je een getuigenispartij zijn of juist effectieve oppositie voeren?”

Uitgangspunten voor politieke stellingname

Volgens Mariko gaat de fractie uit van de haalbaarheid van GroenLinks interventies binnen de Nederlandse politieke arena. De illegaliteit van de Israëlische bezetting, de apartheidsmuur en de nederzettingen vindt zij “Onderwerpen waar weinig beweging in zit en waar je dus geen debat op kunt voeren. Waar wel ruimte in zit is de beperking van bewegingsvrijheid en dus heeft het zin om daarop oppositie te voeren in de hoop dat het tot iets leidt’, aldus de buitenlandwoordvoerder van Groen Links.

Robert verwacht van een linkse partij dat deze “op basis van feiten en de dynamiek van het conflict stappen op het politieke vlak zet.” Hij licht toe dat het collectieve geheugen van de Palestijnen is gevormd door de confrontatie met Joodse kolonisten met steun van het westen, de oorlog (Nakba) van 1948, de vluchtelingen die niet terug mogen keren, de landonteigeningen en andere vormen van voortdurende kolonisatie.

Zeker 93% van de grond van de Palestijnen in het huidige Israël is afgepakt en de in 1967 bezette gebieden zijn grotendeels door Israël in bezit genomen in het kader van een doelbewuste verdrijvings- en kolonisatiepolitiek. Alle Israëlische regeringen hebben de bouw van de nederzettingen gesteund, waardoor ruim 10% van de Israëliërs tegenwoordig in nederzettingen woont. Dat is de realiteit waaruit Palestijnen kijken en handelen. Alleen reageren op de politieke actualiteit is dus onvoldoende basis voor politieke analyse en handelen.

Mariko acht het Palestijnse collectieve geheugen echter niet bepalend voor een politieke oplossing. Daarvoor zullen eerst de bestaande machtsverhoudingen moeten veranderen, want “het kan niet zo zijn dat bij een oplossing de ene partij de andere overheerst en onderdrukt.” In plaats van over de geschiedenis “te orakelen”, zoekt ze liever naar een manier waarop je als politieke partij zinnig kunt bijdragen aan een oplossing.

Palestijnse vluchtelingen

Robert constateert met verbazing dat linkse partijen die de internationale rechtsorde onderschrijven, deze loslaten als het gaat om Israël en Palestina. Waarom gelden voor dat land aparte regelingen en uitgangspunten, bijvoorbeeld waar het gaat om het recht op terugkeer van vluchtelingen? Mariko verzekert hem dat zij, als juriste, rotsvast gelooft in het internationaal recht, maar als politicus wil bediscussiëren hoe we dat uitvoeren. Ze kan zich niet voorstellen hoe het recht op terugkeer voor de ruim 4 miljoen geregistreerde Palestijnse vluchtelingen in Israël kan worden gerealiseerd.

Israëlische Nederzettingen

In de 400 Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever wonen 460.000 Israëliërs. Onlangs kondigde de toenmalige regering-Olmert aan dat er nog 300.000 kolonisten bij zullen komen. Volgens Mariko is het beleid van de fractie om bij nieuwe nederzettingen Kamervragen te stellen. Hierover wordt overleg gevoerd met SP en D66 voor het komende Midden-Oosten debat op 8 april.

Europees-Israëlisch Associatieverdrag

De vraag komt aan de orde of het Associatieverdrag tussen de EU en Israël moet worden opgeschort om druk op Israël te zetten de bezetting te beëindigen. Volgens Mariko is er binnen de partij een discussie gaande over de vraag of je moet inzetten op opschorten of opzeggen van het verdrag. Omdat opzeggen mogelijk een vehikel voor dialoog wegneemt, is ze voor opschorten en houdt ze opzeggen “in de achterzak”. Een amendement van de Werkgroep op het partijcongres van 7 maart over de EU, waarin gepleit wordt voor opschorting van het verdrag zolang Israël de mensenrechten schendt, kan echter niet op haar steun rekenen, omdat zoiets actueels niet in een programma thuishoort dat vijf jaar mee moet gaan. Dat het in het vorige Europese verkiezingsprogramma wel stond, doet hier niets aan af.

Recht op Verzet

Halverwege de avond stelt Robert de vraag: “Wie houdt wie bezet?” en geeft zelf het antwoord: “Israël houdt de Palestijnen bezet en niet omgekeerd.” Daarom vindt hij het begrijpelijk dat de Palestijnen zich zullen verzetten, ook met gewelddadige middelen, zoals men zich in Nederland verzette tegen de nazi’s. Je kunt dat niet veroordelen.
Desgevraagd antwoordt Mariko dat zij vindt dat de Palestijnen het recht hebben op verzet, zij het niet op gewelddadig verzet.

Hajo Meijer, Holocaust-overlevende en lid van de Werkgroep: “Ik heb vijf jaar Nazi bezetting overleefd. Kun je je voorstellen hoe dat veertig jaar is. De totale uitzichtloosheid is een probleem. Men weet dat men ten onder gaat, en denkt: “Als ik dan toch ga neem ik er nog wel een paar mee”. Als wij dat niet begrijpen en ook niet snappen dat we medeplichtig zijn door de mensen zo te laten zakken, hebben wij geen enkel recht om mensen te veroordelen.”

Mariko acht het echter onmogelijk om het recht op verzet te bespreken en er als politicus iets praktisch uit te halen. “Ik vind het niet vruchtbaar of wenselijk om te doen, want het is olie op het vuur voor diegene die zoekt naar redenen om niet met de anderen te gaan praten. Ik prijs mezelf uit de markt door de rechtvaardigheid van het geweld door Hamas aan de orde te stellen. Beter is het om in te zetten op het bevorderen van de dialoog. Omdat Hamas daarbij een factor is, hoor je bij iedere poging tot dialoog Hamas te betrekken.”

Mariko Peters: “Ik prijs mezelf uit de markt door de rechtvaardigheid van het geweld van Hamas aan de orde te stellen. Beter is het om in te zetten op het bevorderen van dialoog. Hierbij hoor je Hamas te betrekken.”

Toon en stijl

Hajo vraagt Mariko of de partij niet dient te reageren op de opmerkingen van de vorige Israëlische premier Olmert, die pogroms tegen Palestijnen in Israël niet afkeurt.

In haar reactie zegt Mariko: “Je kunt deze problematiek niet begrijpen zonder het fenomeen Holocaust. Dat heeft zo’n kramp op Nederland gelegd, dat je in de publieke arena waarin ik opereer uiterst voorzichtig moet zijn. Er zit een kramp in de Nederlandse politiek, in stand gehouden door christelijke partijen en Geert Wilders. Er zijn echter veel woorden die je wel kunt gebruiken.”

Robert vindt dat, wil je als partij standpunten genuanceerd formuleren, je de zaken moet noemen zoals ze zijn, gebruikmakend van het gangbare politicologische jargon. “Grote woorden verzwakken het betoog alleen maar.”

Mariko’s voorkeur gaat echter uit naar een presentatie die de zaak voor een breder publiek aantrekkelijk moet maken, zoals jongerenorganisatie Dwars doet. Zij raadt de leden van de Midden-Oosten Werkgroep aan in hun eigen comités verder met elkaar te praten, en binnen GroenLinks zich te richten op het bereiken van een breder publiek.

Dwars

Jesse Klaver, voorzitter van Dwars, vindt de benadering van de Midden-Oosten Werkgroep ongenuanceerd en nutteloos, en verdwijnt halverwege.

Jesse Klaver: “Ik heb mijn mensen gevraagd te komen, maar ze zijn er niet. Toen ik net een sms-je stuurde met de vraag; waar blijf je nou? kreeg ik dit antwoord: “Ik hoef het Palestijnse volkslied niet te horen. Eén partijcongres was wel genoeg.”

Omdat Mariko vertrekt voor een afspraak met een bezoekende Afghaanse minister, neemt fractiemedewerkster Helen Kuyper haar plaats achter de spreektafel in.

Wat te doen met de extreemrechtse Israëlische regering?

Benjamin Nethanyahu, de nieuwe extreme rechtse Israëlische premier, heeft publiekelijk verklaard dat de rivier De Jordaan de permanente staatsgrens van Israël wordt en Jeruzalem de hoofdstad. Volgens Helen Kuyper zal de fractie de regering-Nethanyahu kritisch volgen en hoopt dat de ontwikkelingen bij de Nederlandse en Europese politieke leiders duidelijkheid scheppen over Israël. Ze brengt in herinnering dat de premier ook heeft gezegd zich te zullen houden aan de internationale verdragen.

Volgens Robert Soeterik zijn dat echter loze woorden. Hij verwacht dat Nethanyahu in werkelijkheid, om zijn achterban niet te verliezen, geen opening naar Palestijnen zal maken, ook al betekent dat dat hij zo afstevent op een conflict met Europa. De arbeiderspartij fungeert volgens Robert als een “schaamlap”. Hun, onterechte, imago van vredespartij dient om de wereld gerust te stellen. Hij vindt dat GroenLinks zich daar niet door mag laten misleiden en de regering op haar daden dient te beoordelen.

Maatschappelijke beweging

Fennie Stavast, bestuurslid van de Werkgroep, wijst erop dat de blokkade van Gaza onverminderd doorgaat en vindt dat de partij op korte termijn een humanitaire actie moet voeren. Helen vindt echter de partij te klein is om actie te ondernemen. Daarvoor is, volgens haar, een breder vocabulaire nodig om een bredere beweging te creëren. Ze zou het wel geweldig vinden als GroenLinks daarin een rol kan spelen en vraagt zich af hoe de Werkgroep zich kan opstellen om een breder effect te bereiken.

“De partij is te klein voor actie, maar kan wel een rol spelen in een maatschappelijke beweging.”

Karel van Broekhoven, voorzitter van de Werkgroep, antwoordt dat de leden van de werkgroep ook in andere organisaties zitten die een rol kunnen spelen bij de vorming van een brede beweging. Bovendien kan de Werkgroep binnen de partij leden enthousiast maken.

Henk Zandvliet sugegreert de menselijke waardigheid als uitgangspunt te nemen en de schending van de mensenrechten aan te kaarten. Om een brede maatschappelijke beweging te realiseren, zouden migrantenorganisaties kunnen worden benaderd, waarbij duidelijk wordt gemaakt dat joods en zionistisch twee verschillende zaken zijn.

Lilian Peters, secretaris van de Werkgroep, oppert dat, als GroenLinks zich als een partij met aandacht voor alle betrokkenen wil presenteren, zij dit kan doen door Israëlische mensenrechten- en vredesactivisten naar voren te schuiven. De werkgroep kan hieraan bijdragen. 

Boycot, Desinvesteren en Sancties

Werkgroeplid Wim Lankamp benadrukt dat 30 Maart de Palestijnse “Dag van het Land’ is, waarbij wordt herdacht hoe Palestijnen in Israël in opstand kwamen tegen de onteigening van hun land. Het World Social Forum heeft opgeroepen internationaal aandacht te geven aan Boycot, Desinvesteren en Sancties (BDS). Er ligt een echte uitdaging voor GroenLinks om dat serieus en op stevige wijze invulling te geven, parallel aan wat de fractie doet. De partij heeft hiervoor zelf een rol en taak. Er liggen legio kansen voor een partij die gaat voor internationaal recht, vrede, mensenrechten etc. Dat is niet de taak van de werkgroep, maar van de partij”, aldus Lankamp.

Daarop peilt de voorzitter de animo in de zaal voor BDS-maatregelen tegen Israël. Vrijwel iedereen steunt het idee dat GroenLinks zich hiervoor inzet. De voorzitter vraagt vervolgens Bestuurslid Lot van Hooijdonk of GroenLinks aandacht wil geven aan de oproep tot BDS. Omdat een PEACE brochure met een oproep om producten uit de Israëlische nederzettingen te boycotten, eerder met het magazine is meegestuurd, verwacht Lot dat zoiets wel “zou moeten kunnen.” Volgens haar zou “goede achtergrondinformatie waarin helder uiteen wordt gezet wat er aan de hand is, een hartstikke goede actie zijn”.

Werk aan de winkel dus, voor bestuur, fractie, werkgroep en leden, jong en oud.